Recreatief Turnen

Kleurenturnen 

Vanaf 4 jaar mogen kinderen op turnen. Ze beginnen dan in de recreatieve groep.

Toelastingeisen

  • De minimale leeftijd is 4 jaar.
  • Iedereen vanaf 4 jaar mag 2x vrijblijvend meedoen.
  • Daarna wordt er gekeken naar de motoriek.

Is deze onvoldoende dan wordt de ouder geadviseerd om het kind eerst gymlessen te laten volgen om de motoriek hierin te verbeteren. Hiervoor bieden wij het beweegdiploma aan.

Na het behalen van het beweegdiploma kunt u als ouder er zeker van zijn, dat uw kind deze motoriek onder de knie heeft en mee kan doen met kleurenturnen.

Meetmomenten

  • Iedere les heeft een kleur (gebaseerd op de Regenboog) gekoppeld aan een bewegingsniveau. Ieder Beweegniveau heeft een eigen opbouw en lesdoelen.
  • Het systeem is verdeeld op basis van niveau van bewegen, waardoor ieder lid een passend plekje wordt geboden en er gefocust kan worden op (motorische) ontwikkeling. Deze ontwikkeling wordt dankzij het systeem gestimuleerd en gemonitord.

Vanaf de Basis tot Turnen

  • Ontwikkeling van motorische vaardigheden vanaf de basis tot turnen.
  • De basis: rennen, huppelen, gooien, vangen, rollen, duikelen en balanceren.
  • Turnen: Handstandvormen, saltovormen, zwaaivormen, gymnastische vormen.Binnen de turnsport is het gebruikelijk dat het leerproces wordt getest tijdens wedstrijden. Het wedstrijdturnen betekent dat zij onderling de strijd aan gaan, waarbij de oefeningen worden beoordeeld door een jury. Deze jury let altijd op netheid (strakke benen & tenen) en techniek. Zij brengen in kaart in hoeverre het element afwijkt van perfect en daarop wordt het eindcijfer gebaseerd.Als eindelijk de buikdraai zelf lukt, maar deze nog niet zo netjes en technisch perfect is, kan het eindcijfer van de hele oefening alsnog tegenvallen. En dat is jammer, want… Het element lukte tenslotte eindelijk zelf!Binnen het Kleuren Turnen zijn om deze reden de lagere kleuren niet gekoppeld aan het wedstrijdturnen. Binnen de lagere kleuren worden Diploma’s geboden die de ontwikkeling van de turnster in kaart brengen. Op deze manier wordt het leerproces van bijvoorbeeld de buikdraai inzichtelijk en wel positief beoordeeld.Per kleur zijn er lesdoelen bepaald en deze worden getoetst tijdens een Diploma Turndag. Dan wordt bepaald of zij het lesdoel:
    1. Nog niet beheerst;
    2. Of met hulpverlenen kan;
    3. Of zelfstandig uit kan voeren;
    4. Of zelfstandig en goed gecontroleerd uit kan voeren;
    5. Of zelfstandig, goed en zelfs mooi kan uitvoeren.
    Er worden geen aftrekken bepaald en dus geen eindcijfer gegeven. Op de diploma’s wordt per element (lesdoel) aangegeven op welke manier de turn(st)er het lesdoel beheerst.Op deze manier de ontwikkeling in kaart brengen is helder voor de turn(st)ers, voor de ouders en voor de train(st)ers. Het is een positieve stimulering om het bij de volgende Diploma Turndag weer wat beter te doen en zijn/haar ontwikkeling te tonen!